MEDICINE BALL TRAINING
Medicine ball training is een veelzijdige en dynamische vorm van trainen waarin ontzettend veel uitdaging zit. Het vergt oog-hand coördinatie, scherpte en concentratie en verlangt 100% betrokkenheid van de deelnemer. De focus op snelheid, flexibiliteit en het bewegen over de volledige Range of Motion van de kinetic chain maken het een verfrissende aanvulling op de traditionele vormen van core training! Het feit dat de oefeningen in tweetallen wordt uitgevoerd, stimuleert een bepaalde vorm van communicatie tussen de “gooier” en de “ontvanger” en maakt de training een spel waarin plezier en beleving zit.

Medicine ball oefeningen kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: Rotations, Sit Up Throws en High Knees. Deze bewegingspatronen en verwijzen naar de primal movements: draaien, buigen en strekken.

ROTATIONS zijn essentieel voor het overbrengen van kracht van het onder- naar het bovenlichaam en voor het ontwikkelen van power door middel van versnelling. Het is daarom belangrijk de volledige Range of Motion van de rotatie te gebruiken. In traditionele core training met zware medicine balls of gewichten licht de nadruk bij rotaties vaak op de deceleratie: de beweging wordt gestopt nog voor de maximale ROM is bereikt. Door gebruik te maken van beweging over de volledige ROM met een relatief licht gewicht, maar met een relatief hoge snelheid, kun je gebruik maken van de stretch shortening cycle voor het ontwikkelen van power in rotatie.

SIT UP THROWS helpen bij het ontwikkelen van zowel excentrische als concentrische controle over het “lumbo pelvic-hip complex”. De vaak korte maar zwakke (!) heupbuigers worden in een functioneel patroon gedwongen over de volledige ROM van heupflexie en extensie arbeid te leveren. In de excentrische fase wordt ook een beroep gedaan op de “posterior chain”, de bilspieren en de hamstrings, die helpen bij het genereren van kracht en hyperextensie in de lumbale wervelkolom moeten voorkomen.  

HIGH KNEES brengen het lichaam in de juiste positie voor het produceren van power, ritme en coördinatie. Ze vormen de vertaalslag naar de motoriek van het lopen (locomotion). De snelheid, coördinatie en het ritme van de heupflexie wordt in ruglig getraind, om daarna vertaald te worden naar staande en lopende oefeningen, in combinatie met overhead throws, log tosses of rotaties.